Het transcript dat je hieronder aantreft is gegenereerd met behulp van computertechnologie.
Hierdoor kunnen de namen van personen en partijen soms foutief zijn weergegeven.
Indien je een fout opmerkt kun je deze gemakkelijk verbeteren door op het bewerk-symbool (het potloodje) te klikken.
Dan kom ik bij de bespreekstukken waarbij als eerste het jaarverslag en de jaarrekening van Waterschap Limburg aan de orde zijn. Als u wenst dat 4.1 en 4.2 tegelijk behandeld worden, dan moet u dat zelf aangeven. Anders behandel ik ze gewoon achter elkaar. Bij deze, meneer Beckers.
Ja, voorzitter. Ondanks dat ik dat al eerder heb aangekondigd, zijn we nog verrast met een mailtje en een toevoeging aan de stukken, namelijk de goedkeurende verklaring van de accountants. Voor een belangrijk deel komt dat door overmacht, zoals ik ook al eerder heb gemeld. We hebben bij de basisgemeente te maken gehad met een nieuw systeem. Dat heeft veel extra werk opgeleverd bij het opstellen van de jaarrapportage van de BSW, waar onze accountant ook controle op uitoefent. Daarnaast weet u dat bij de BSW ook nog het organisatieontwikkelingsplan speelde, wat op een andere manier in de boekhouding werd opgenomen. Dit heeft ook weer tot extra werk geleid en een latere oplevering van de cijfers van de BSW veroorzaakt. Voor ons is dat belangrijk, omdat onze belastinginkomsten uiteindelijk daarop gecontroleerd worden en dat ons uiteindelijke resultaat bepaalt. Intern hebben we met de Wet normering topinkomens nog een extra controle gehad, en dat is allemaal goed afgerond. Dit heeft geleid tot één positieve verklaring van de accountant. De accountant heeft op 5 juni de Commissie BN geïnformeerd en meegenomen in de voorlopige rapportage die ze toen hadden. Die wijkt overigens in het geheel niet af van de rapportage die u gisteren in de stukken hebt ontvangen. De Commissie heeft daar destijds met instemming kennis van genomen. Helaas heb ik u niet eerder de stukken kunnen doen toekomen door deze overmacht. Ik wilde dat vooraf toch gemeld hebben ter aanvulling. De antwoorden op de nagekomen vragen van de Partij voor de Dieren zijn toegevoegd aan het geld. Ook bij de voorjaarsrapportage 4.2 zijn de antwoorden van de vragen van de Fractie B. Plus beantwoord. Dan vraag ik de vergadering om hierop het woord te nemen indien nodig, zowel op 4.1 als op 4.2. Wie geef ik het woord? De heer Haagen, de heer Bekkers, mevrouw Keinen, mevrouw Hilders en de heer Lucom. De heer Haagen.
In de commissievergadering heb ik naar aanleiding van de voorjaarsrapportage 4.2 vragen gesteld over vismigratieknelpunten. Daaruit blijkt dat er in de Geleenbeek een stuk of acht vismigratieknelpunten waren, waarvan er één dreigt te worden opgelost. Mijn vraag is, en dit sluit een beetje aan bij het thema van de inspreker: in hoeverre heeft het AB c.q. in de commissie of in de AB-vergadering nog inspraak in welk project daadwerkelijk uitgevoerd gaat worden?
U stelt weer vragen naar aanleiding van mijn opmerkingen. Ik ben gewend dat op dit soort documenten vaak een debat of een besluit volgt, dus u verrast mij. Maar ik kijk zometeen naar links en naar rechts, naar mijn portefeuillehouders. Dank u wel, meneer Beckers.
Ja, dank u wel, voorzitter. Voor Waterbelang en voor mijzelf is het als volgt: wij zijn geen voorstander van het dunnetjes of dik overdoen van de commissievergadering in de AB, en dat geldt ook voor de bespreking van de jaarrekening en de voorjaarsnota. Inmiddels ligt er ook een definitieve, goedkeurende accountantsverklaring, positief. Maar ja, aan de andere kant zijn de jaarrekening en de voorjaarsnota toch ook weer niet zomaar twee documenten die je met een hamerslag van tafel veegt. Dus willen we daar toch iets over zeggen.
Tijdens de commissievergadering zijn zowel de jaarrekening als de voorjaarsrapportage behandeld, en nogmaals dank voor de uitgebreide antwoorden op onze technische vragen. Dan is het gebruikelijk dat in deze afsluitende vergadering voor het zomerreces, normaal gesproken de barbecue achteraan komt. Maar we draaien alles om: eerst barbecuen en dan de kaderbrief of de kadernota behandelen. Deze drie documenten in de reguliere P&C-cyclus vormen de opmaat naar de begroting voor het volgende jaar en het meerjarig perspectief. Dat biedt stof tot nadenken, maar heeft vooral als doel om te komen tot een gedragen visie op de toekomst van ons waterschap.
We vragen ons af, ja, het plannen is inderdaad ook alweer om op beeldspraak te gebruiken, nog altijd in woelige baren. Autonome ontwikkelingen, energie, materiaal, ze zijn de afgelopen maand al veelvuldig benoemd. Plus onze visies en het werken aan het nieuwe Waterschap Limburg. Kortom, er is veel aan de hand en we hebben overvolle agenda's en to-do lijstjes, inclusief een werkgroep over ondersteuning van het AB. Wij hebben bewust het genoemde proces versneld en vervroegd, mede gezien de integratie van WBL en WL en het tijdig kunnen opstellen van de begroting en het vertrekpunt. Daarbij is de vastgestelde meerjarenbegroting 2024-2029 het uitgangspunt. Maar sinds de vaststelling van de meerjarenbegroting worden we bijna wekelijks verrast door ontwikkelingen die ook benoemd zijn, deels in de kadernota, maar ook door allerlei actualiteiten. Een deel van die ontwikkelingen zien we dan ook terug in de jaarrekening, bijvoorbeeld door onderuitputting of in de voorjaarsnota door bijstelling van de programma's.
Voorzitter, ik herhaal, want ik dank de vergadering. Het DB heeft een forse inspanning geleverd en meer dan 3 miljoen binnen het budget weten te vinden om zo verdere stijging te mitigeren. Waterbelang stond hierbij aan de financiële knoppen. Met de beide risicoregels kunnen we als Waterbelang de toename van het verwachte benodigde belastingvoordeel ten opzichte van 2024 beperken tot 6,5% in 2025 en meerjarig oplopend tot 26,7% in 2029.
Terugkijkend op de laatste maanden of op de eerste 100 dagen van onze nieuwe dijkgraaf, zien we een waterschap dat hard werkt aan haar kerntaken: veilige dijken, droge voeten en voldoende en schoon water. En al moeten we met regelmaat adequaat reageren op een volgende kleine of grote calamiteit, soms krijg je wel eens het gevoel dat crisisbeheersing ons dagelijks werk is geworden. Voorzitter, de uitdagingen zijn groot en worden met de dag groter. Water en bodem sturend, meer water en minder beschikbare bodem, hogere eisen aan de zuivering en strengere richtlijnen KW, dat alles staat er ook nog aan te komen. Ik citeer nogmaals uit een eerdere bijdrage: wat gaat dat op termijn betekenen voor het benodigde belastingvolume en de daarvan afgeleide tarieven? En ik wil er nog een vraag aan toevoegen: wat gaat dat op termijn betekenen voor de benodigde capaciteit in relatie tot onze ambities? We ondervinden, net als alle andere overheden, dat de arbeidsmarkt onder druk staat en het moeilijk is om voldoende gekwalificeerd personeel te vinden of aan ons te binden. We hebben begrepen dat de portefeuillehouder en zijn ambtenaren al druk bezig zijn met de voorbereidingen voor de begroting 2025. Voor Waterbelang zullen we dan ook niet kunnen ontkomen aan de vraag waar we prioriteiten moeten gaan stellen.
Voorzitter, ter afsluiting van onze barbecue van vorige week toch een kleine reflectie. Onze dijkgraaf heeft met haar reflectie op haar eerste 100 dagen stelling genomen en ervoor gekozen de positie die wij als waterschap innemen in de ruimtelijke ordening stevig neer te zetten in het politieke spectrum, waarvan wij als waterschap onderdeel zijn. Het was bij de vorige bijeenkomst ook een gedeeld onderwerp: wie zijn wij en wat doen wij als waterschap en als AB op aarde? Deze discussie of positiebepaling staat voor Waterbelang voorop, zodat het algemeen bestuur met elkaar in gesprek gaat over haar positie en rol. Voor Waterbelang staat hierbij voorop dat wij als algemeen bestuur achter de deskundigheid van onze ambtenaren staan. Voor Waterbelang staat hierbij voorop dat wij als waterschap de dialoog aangaan en blijven voeren met onze burgers en bedrijven en met onze collega-bestuurders. Alleen in dialoog kunnen we blijven doen wat we zeggen: met de omgeving, voor de omgeving.
Voorzitter, afrondend: Waterbelang stemt in met het voorstel jaarverslag en jaarrekening 2023 en de voorgestelde dekking van het negatieve resultaat. We kunnen instemmen met het voorstel voor de rapportage met de wijziging van de programmabegroting en de wijziging van de investeringen. Wij kijken met spanning uit naar de begroting 2025. Dank u wel.
Voorzitter, ik kan niet zo'n prachtig betoog houden als de heer Beckers, en ik kan hem ook niet nadoen, maar toch hebben wij ook een beschouwing op het stuk, met name op punt 4.2. Wij signaleren bij de uitvoering en voortgang van programma's en projecten in de praktijk enige stroefheid, traagheid en een wat rigide opstelling vanuit het waterschap. Dat zijn de signalen die wij vanuit het veld ontvangen. Wij hebben als stip op de horizon water en bodem sturend gezet. Dat impliceert op lange termijn een regierol voor het waterschap. Om dat te kunnen bereiken, moeten we onze stakeholders meekrijgen. Ze moeten ons vertrouwen en zich herkennen in de gemeenschappelijke en gezamenlijke belangen en doelstellingen. De stakeholders moeten zich gezien, gehoord en begrepen voelen. Ze moeten het gevoel hebben dat hun belang bij ons in goede handen is. Mijn zorg en vraag is dan ook: hoe gaan we ervoor zorgen dat we dat vertrouwen krijgen en de regierol concreet invulling geven op weg naar onze ambitie, die wij in het gemeenschappelijke belang willen uitvoeren?
Geachte Voorzitter,
Dank u wel. Ook dank voor het beantwoorden van de door ons te laat ingediende vragen. De antwoorden zijn duidelijk over de voorjaarsnota. Toch willen wij even reflecteren op de jaarcijfers, en vooral de inleiding. Voor ons liggen de goedkeurende jaarstukken over 2023 van Waterschap Limburg. Hierin leest u dat we in 2023 delen met uw waterschapsbelasting. Ik citeer: "We zorgen ervoor dat de bewoners, boeren en bedrijven kunnen wonen en werken in een veilige omgeving. Het waterschap voert deze taken uit met aandacht voor kwaliteit." De missie van het waterschap sluit hierop aan: Waterschap Limburg zorgt in de provincie Limburg voor veilige dijken, droge voeten, voldoende en schoon water.
Echter, vanaf het najaar van 2023 herkennen veel boeren en burgers zich hier niet in. Vanaf het zeer natte najaar van 2023, de natte winter en het natte voorjaar zijn de verwachtingen van ons waterschap op veel plekken niet waargemaakt. De voorjaarswerkzaamheden zoals zaaien, planten en poten zijn op veel plaatsen heel laat in het seizoen op gang gekomen. Gewassen die wel gezaaid zijn, groeien slecht of rotten in de bodem door zuurstofgebrek. Voor de meeste gewassen is het nu, na de langste dag, te laat om überhaupt nog te zaaien of over te zaaien. Voor getroffen boeren lijkt het uit te draaien op een catastrofe en is het een financiële strop van 10.000 euro per hectare. Veel ondernemers kunnen mogelijk niet aan de contractverplichtingen van afnemers voldoen. Dit kan leiden tot de nodige claims vanuit de afnemers richting de individuele agrarische ondernemers. Daarnaast komen boeren en tuinders mogelijk in de knel op het gebied van verplichte regelgeving gerelateerd aan de GB-wetgeving.
Met een vraag vanuit B+ en de LTB om Limburg aan te merken als crisisgebied, denken we dat ondernemers die te maken hebben met wateroverlast makkelijker ontheffing kunnen krijgen op hun contractverplichtingen. Onze dijkgraaf zou in overleg gaan met de omringende waterschappen en heel Nederland zo mogelijk aanmerken als crisisgebied, omdat in Noord-Brabant en Zeeland de situatie vergelijkbaar is. We hadden graag de stand van zaken hier gehoord, maar hoe nu verder? Laten we de bevindingen en ervaringen van het afgelopen jaar gebruiken als een vooruitkijkspiegel, lering trekken uit de tekortkomingen en nu de agrarische sector de helpende hand aanreiken. We werden tijdens de commissievergadering, waar we dit ook genoemd hebben, uitgedaagd om een aantal concrete voorbeelden ter verbetering aan te dragen. Dus bij deze.
In het bestuursakkoord is opgenomen dat de basis op orde moet zijn en de basistaak van het waterschap is waterafvoeren als het moet. Laten we ervoor zorgen dat er geen wateroverlast en gewasschade ontstaat door achterstallig onderhoud van de stuwen en duikers en te weinig maaiwerkzaamheden. We kennen de Vredepeel, Egchelse Beek, Oosterse Beek en nog een aantal. Het te lang aanhouden van hoge stuwpeilen bij heftige of langdurige buien tijdens het groei- en oogstseizoen, dat dit jaar zeer waarschijnlijk tot laat in het najaar zal plaatsvinden, moet voorkomen worden. Dit jaar moeten we ook nog voldoende drooglegging in oktober en november nastreven. Laten we dit jaar niet afboeken op de bestemmingsreserve onderhoudscontracten, maar deze middelen inzetten voor een nieuw waterbeheerprogramma. Met de naam "Pijn en Stuurbeheer" dat vroegtijdig anticipeert op peilstanden, weersvoorspellingen en de relatie tussen grondwaterstand en beekwater.
Een ander advies is om in overleg te gaan met andere overheden, gemeenten, provincies en TBO's zodat hun maai- en onderhoudswerkzaamheden aansluiten op de werkzaamheden van Waterschap Limburg. Een nieuw marktbeleid opmaken, waarbij het risico bestaat dat beken 3 tot 4 keer per jaar gemaaid moeten worden en economie, voedselzekerheid en veiligheid voorrang hebben in het landelijk gebied. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat onvoldoende gemaaide beken tot 25-85% minder waterafvoer hebben. Geef rayonmedewerkers, aannemers en onderaannemers meer mandaat en middelen om acute problemen snel en adequaat op te lossen. Streef naar betere samenwerking en afstemming tussen clusters over projecten die in uitvoering zijn en versterk en help elkaar.
Wat betreft een aantal aanbevelingen benadrukken we ook nog eens dat de uitvoering van de motie "Beter Onderhoud van Beken" noodzakelijk is en het beleid omtrent klimaatverandering vernieuwde aandacht vraagt. Balanceren op waterafvoeren en water vasthouden moet los van kalenderprogrammering praktisch en met nuchter boerenverstand ingevuld worden. Deze oproep aan het DB is om hier op korte termijn nog meer proactief werk van te maken. Wij zijn in ieder geval bereid daarbij de helpende hand uit te steken met praktische kennis en ervaring.
Ik dank u voor uw aandacht.
Dank u wel voorzitter,
Dit is het derde jaar op rij, na de wateroverlast in 2021, dat er geen extra maatregelen zijn getroffen ten opzichte van wat al in de planning stond om die wateroverlast te reduceren. Er zijn geen aanvullende maatregelen uitgevoerd. Ik vind dat bijzonder jammer. Ik zie ook dat er ontwikkelingen zijn op het gebied van dijken en dat het bijvoorbeeld heel normaal gevonden wordt om een woonwijk in Borgharen neer te zetten waar je in 2050 moet voldoen aan een norm van één op 300. Dat is nu niet het geval, en er wordt dus over gedacht om die dijk om die woonwijk zomaar neer te zetten, ook al is die dijk nog niet versterkt. Ik vind dat dit waterschap op het gebied van normering lijdt aan 'too little and too late'. Dat geldt helaas niet alleen voor wateroverlast, maar ook voor dijken.
We hebben ook gezien dat in Oldenhoff, een hele mooie woonwijk in Roermond, zonder dat het noodzakelijk was, een hele hoge dijk van een meter is aangelegd. Niemand heeft mij tot nu toe kunnen vertellen wie dat bedacht heeft en wie dat betaald heeft. Dus ik vind dat wij vreemd bezig zijn met hoe we omgaan met wateroverlast en veilige dijken.
Tot slot wil ik graag memoreren dat wateradviezen, heb ik inmiddels begrepen, over het algemeen niet op schrift worden gezet. Ze worden dus gecommuniceerd met de gemeente, wat mondeling kan zijn, of de ene keer wel en de andere keer niet. Er wordt ook niet systematisch bijgehouden of ze worden opgevolgd. Natuurlijk heb ik uw 100-dagenstuk gelezen en gezien dat u zegt dat we dan maar eens een zienswijze moeten indienen als dat zo is. Nou, dat zou ik zeer toejuichen. Bovendien zou ik er ook af en toe een beroepsprocedure op laten volgen, want als je dat een keer doet, dan zijn ze allemaal wakker.
Dat is wat ik helaas moet melden naar aanleiding van de stukken van het jaarverslag en de voorjaarsrapportage. Ik vind dat heel jammer en ik zou graag zien dat er meer op deze zaken wordt ingezet.
Dank u wel.
Allereerst wil ik alle fracties bedanken voor hun reacties. Ik zal ook de complimenten doorgeven aan de mensen die hier heel hard aan gewerkt hebben. Dat is ook echt zo, want we hebben te maken gehad met veel onvoorziene omstandigheden en een actualiteit die veel van de organisatie vraagt, die inderdaad regelmatig in crisisstand staat. Voor zover je daarover mag spreken, denk ik dat er hier weer een huzarenstukje is geleverd om alles op tijd bij u te krijgen en alle vragen op tijd te beantwoorden.
Laten we hopen dat we de procedure zoals we die nu in het presidium hebben afgesproken met betrekking tot het stellen van technische vragen, waarbij wij als DB een dag eerder vergaderen om jullie die vragen ook een dag eerder aan te leveren, na vandaag kunnen blijven volgen. Dat helpt u en ons om de vergaderingen efficiënt te laten verlopen. Fijn dat de waardering voor onze mensen wordt uitgesproken.
Ik moet ook constateren dat er heel weinig vragen op het financiële vlak zijn gesteld. Er zijn veel betogen gehouden en een aantal technische zaken gepasseerd waar mijn collega's wellicht wel of niet op willen reageren. Dat laat ik via de voorzitter verder lopen.
Een barbecue vooraf of achteraf is natuurlijk altijd een uitdaging, maar in dit geval, als ik naar het weer buiten kijk, denk ik dat we er goed aan hebben gedaan. Meneer Bekkers, die barbecue een week eerder was een goede keuze. Dankjewel. Ik vind dat we de barbecue ook in overdrachtelijke zin kunnen opvatten. We hebben het kader al vastgesteld, dus financiële vragen zijn al beantwoord. Heel goed. In dat opzicht hebben we er goed aan gedaan om het vorige week te doen vanwege het weer. We wisten dat, en het is niet altijd dat we in een glazen bol kunnen kijken.
Meneer Locoid, konden we maar op knopjes drukken om al die catastrofes waar u over spreekt te voorkomen. Dat geldt niet alleen voor vorig jaar, maar ook voor veel inwoners en mensen die met kelders te maken hebben. We hebben door de hele provincie, maar ook in heel Nederland en Europa, te maken gehad met overmatige regenval en wateroverlast van ongekende proporties. U zei al dat er nog nooit eerder zoveel water in een jaar is gevallen. Dat benadrukt nog eens dat we heel hard ons best moeten doen om alles op orde te hebben.
Er is nog een vraag gesteld over wat dit allemaal betekent voor het belastingvolume in de toekomst. Dat zal in de begroting landen en we zullen dat met elkaar bespreken. Had ik maar een glazen bol waarin ik de toekomst beter kon voorspellen. We zitten in een rare tijd waarin veel onzekerheden zijn. U noemde een aantal, zoals de energie- en materiaalkosten, maar ook de beschikbare capaciteit op de arbeidsmarkt. Hoe ga je daarmee om? Dat is precies waar we met dit algemeen bestuur het gesprek over moeten aangaan. We moeten naar de toekomst toe goed opletten dat we de juiste keuzes maken, zodat we niet alleen begrotingen krijgen met wat we willen, maar vooral ook met wat we kunnen.
De druk op de organisatie is heel groot, zeker met het proces waar we in zitten. Er ligt een enorme uitdaging om wat we met elkaar hebben afgesproken op het juiste niveau en zorgvuldig uit te voeren. We doen er alles aan en dat gaat gelukkig goed. Maar laten we met elkaar waakzaam blijven naar de toekomst toe, zodat het zo blijft. Dat is de uitdaging. We gaan met de begrotingsbehandeling een mooi debat met elkaar voeren.
Als ik dan verder kijk, dan is het voor mij als portefeuillehouder daarmee klaar, dus ik geef graag het woord aan u en eventueel aan de andere portefeuillehouders. Dank u wel.
Dank u wel, Voorzitter. Ik heb niet echt een vraag gehad, maar mevrouw Hilders maakte wel een opmerking en daar zou ik graag op willen reageren. We hebben vorige week in Maastricht een discussie gehad over de veiligheid in Borgharen. Het beeld dat geschetst wordt, wil ik graag rechtzetten. In 2022 hebben we met het programma Maas 2050 een programmering afgesproken over hoe we de dijkversterking in Limburg aanpakken. Dat hebben we zorgvuldig gedaan op basis van de landelijke normen. Uit een soort APK-keuring is gebleken dat Borgharen gewoon veilig is, hoewel er aandachtspunten zijn richting de toekomst met betrekking tot de huidige klimaatscenario's. Borgharen wordt op dit moment ook meegenomen in de verkenning van het zuidelijk Maasdal. De vraag die daar voorligt, is of we een dijkverlegging kunnen combineren met eventuele woningbouw. Ik wil graag het beeld rechtzetten dat wellicht gecreëerd wordt dat wij als waterschap zouden toestaan dat we op dit moment met een onveilige situatie zitten. Nee, Borgharen is gewoon veilig. De ruimtelijke ordening ligt nog altijd bij de gemeente en het waterschap.
Bij interruptie, ja, ik verwacht van een DB van het waterschap dat ze anticiperen op nieuwe woningbouwontwikkelingen en dat ze dus gaan kijken wat er uiteindelijk moet komen. Dan kun je die dijk wel verleggen, maar hij moet ook verbreed en verhoogd worden. Dan kun je wel zeggen dat we dat in 2049 gaan doen, want dan hoeft het pas, maar ik vind dat niet veilig en niet verantwoord. Dank u wel.
Er zijn mij niet echt vragen gesteld. Ik wil alleen even reageren op de opmerking van mevrouw Hilders met betrekking tot wateradviezen die niet op schrift worden gesteld. Ik weet waar zij precies op doelt. Ik kan aangeven dat wij gemeentes adviseren bij potentiële bouwlocaties om te kijken op basis van het watersysteem. Toets of er potentiële wateroverlastknelpunten zijn en of het verstandig is om daar te bouwen. In een aantal gevallen hebben we het advies gegeven om daar niet te bouwen. Daar wilde ik het bij laten. Voorzitter, mag mevrouw Hilders nogmaals interrumperen?
Kijk, die wateradviezen zijn bedoeld om de gemeente op het goede spoor te zetten. Maar ook als ik een huis wil kopen in een werkbaar gebied en er is een wateradvies dat stelt dat er in 2050 een andere dijk nodig is, dan zou ik nog wel even nadenken voordat ik zo'n huis zou kopen. Dus ik pleit er ook voor om wateradviezen schriftelijk uit te brengen, ze openbaar te maken en ze op onze eigen website te zetten.
Ik wil graag even de vraag beantwoorden en nu een antwoord op de vraag stellen, in lijn met uw eigen presentatie en reflectie op 100 dagen en waar we naartoe gaan. Ik onderschrijf wat mevrouw zegt. Ik denk dat het duidelijk moet zijn dat als wij onze positie als waterschap sterker willen neerzetten in het over water en ruimte leidend of sturend zijn, dat er geen enkel mondeling advies mag vertrekken uit dit huis. Om deze casus als voorbeeld te nemen, los van of het nu wel of niet veilig is, daar volg ik de ontwikkelingen. Maar als die vraag ooit een keer komt van de gemeente Maastricht en er komt een advies van ons, moet dat wel duidelijk en helder op papier staan. Als wij bijvoorbeeld negatief adviseren of adviseren dat iets niet moet gebeuren, moet dat goed gedocumenteerd zijn. In die zin sluit ik me zeker aan bij de opmerking van mevrouw Hilders dat onze adviezen goed gedocumenteerd moeten zijn. Overigens weet ik niet in hoeverre dat nu wel of niet het geval is.
Ja, voor zover ik weet, als de vraag officieel gesteld wordt, wordt hij ook officieel beantwoord. Vaak worden wij echter al in voortrajecten geraadpleegd voordat de projectontwikkelaar van start gaat. Dan adviseren wij over de locaties die wij onderzocht hebben en waar wij afraden te bouwen. In hoeverre dat schriftelijk bevestigd is? Ja, dat moet ik even natrekken. Daar kan ik u op dit moment geen antwoord op geven. Maar ik onderschrijf uiteraard wel het feit dat als wij gevraagd worden om een advies te geven, wij dat formeel en dus schriftelijk doen. Dank u.
Voor uw reactie maakt ons denk ik ook heel bewust dat wij het vaker schriftelijk moeten doen dan dat we tot op heden wellicht hebben gedaan. Zoals mevrouw Hilders suggereert, kijk ik naar de heer Wolfhagen en meneer Melkert. Mag ik hieruit concluderen dat u toezegt dat het voortaan alleen maar schriftelijk geadviseerd zal worden?
Dat was niet mijn toezegging, want ik denk dat ik daarmee de organisatie tekortdoe. Ik moet eerst kijken hoe die schriftelijke adviezen nu gebeuren, hoe we het documenteren en of we dit voor de toekomst waar kunnen maken. Wat ik in de 100 dagen heb gemeld, is een toekomstvisie, een besturingsfilosofie waar we de komende jaren aan mogen en moeten werken. Dat vraagt van onze organisatie ook een stap voorwaarts op het gebied van datasturing. Dus ik kan daarop nog geen toezegging doen. Maar zoals mevrouw Van West zegt, datgene wat ons nu gevraagd wordt, doen wij wel schriftelijk. We moeten ons ervan bewust zijn dat als wij dat niet schriftelijk bevestigen, we onszelf tekortdoen.
Meneer Noteborn, misschien toch nog een hele kleine nuance. We hebben natuurlijk hele formele processen. Er komt iemand naar ons toe met een aanvraag voor iets en vraagt daarvoor advies. Maar ik vind het ook logisch dat inwoners en bedrijven ons waterschap kunnen bellen en zeggen: "We zijn van plan om iets officieels aan te vragen, maar help ons ook sturend mee." Ik zou die nuance erin willen houden, zodat dat mogelijk blijft zonder dat we alles heel erg gaan afkaderen. Bedrijven en inwoners moeten ook gewoon bij onze organisatie terecht kunnen.
Dank u wel, mevrouw Van Wersch. Meneer Noteborn, u heeft gelijk. In de praktijk gebeurt het ook nog niet zo lang geleden dat een potentiële bouwer het waterschap heeft gevraagd of het veilig is om te bouwen. We hebben met de betrokkene gesproken en advies gegeven. U merkt al hoe complex dit is. Dus geen toezegging, maar wel een notie van uw kant en via mijn 100 dagen. De kwalitatieve vraag van een projectontwikkelaar kan en mag er altijd zijn, evenals bij een gemeente. Dat is onze rol en functie. Voor de toekomst zullen we bekijken of daar nog iets aan toegevoegd kan en moet worden via onze eigen datasturing. Dank u wel.
Dan kom ik bij de heer Wolfhagen om vragen te stellen. Ik hoor iets, maar oh, daar is de heer Bekkers met een interruptie, de laatste vraag over dit onderwerp, althans afhankelijk van het antwoord. Nee, één zijsprongetje hebben we al eerder gevraagd: lijstjes kosten. Leis kosten. Of op zijn Limburgs is dat leges, maar voor de gewone inwoner is dat leges. Dus de vraag is over legeskosten, en voor de helderheid van de vraag: legeskosten worden soms door ons waterschap aangevraagd bij degene die de vergunning aanvraagt. We hebben gesteld dat we bij de Omgevingswet opnieuw zullen kijken of die kosten neutraal kunnen worden, en volgens mij is dat wat we nu aan het uitzoeken zijn. Maar ik kijk even links en rechts. Ik zie geknik, ik kijk naar de heer achter. U bent iets te vroeg. Voor zover ik weet, hebben we op dit moment geen legesverordening. Maar de vraag is al eerder gesteld en ligt op dit moment bij de ambtelijke organisatie om te inventariseren. Er zijn meerdere waterschappen die dat toepassen. Er heeft al eerder een inventarisatie plaatsgevonden waarin zowel voordelen als nadelen zijn benoemd. Zoals je zelf ook in de gemeente weet, mogen legesverordeningen alleen maar gegeven worden voor de desbetreffende activiteit. Dat betekent voor onze ambtelijke organisatie dat je heel strak moet sturen op de kosten die gemaakt worden. Dus dat betekent ook uurtje-factuurtje schrijven, wat nog wel iets betekent. Voordat we dit introduceren, komen we bij u terug. Ik zal zelf nog een keer navraag doen om ook een inschatting te geven wanneer we u een eerste indicatie kunnen geven van wat we geïnventariseerd hebben en wat het zou kunnen betekenen. Ik kijk nog even naar de portefeuillehouder Breugelmans vanwege de begroting. Ja, goed, in het kader van de kadernota hebben we het daar met elkaar ook al over gehad en hebben we afgesproken dat we inderdaad een onderzoek doen naar de mogelijkheden. Ik wil wel een winstwaarschuwing geven: als we deze kosten gaan invoeren, dan moet je ook de organisatie daaromheen optuigen, alleen of samen met de BTW. Ook dat wordt in het onderzoek meegenomen, dus we kijken naar het geheel. Dank u wel. Dan ga ik echt naar de heer Wolfhagen, die ik al een paar keer heb geprobeerd het woord te geven. Meneer...
Ja meneer Aqua, u had de basis op orde. Ja, daar werken wij met zijn allen iedere dag aan. Maar we hebben afgelopen jaar, en ook dit jaar, te maken gehad met extreem veel neerslag. Voor de beeldvorming: we hebben 1,5 meter water gehad dit jaar en dat moet allemaal verwerkt worden door onze systemen. Wat betreft het maaien in het zuidelijke gebied zitten we redelijk op schema. In het noordelijke gebied zitten we nog niet helemaal op schema. Dit heeft ook zijn oorzaken. Een van de oorzaken is dat sommige gebieden nog niet eens bereikbaar zijn. We hebben erg veel last van het bevel dat ook de aannemers stopt met maaien, omdat het veel te gevaarlijk is. We hebben ook heel veel last van spoelsleuven. Ik geloof dat er wel 20 spoelsleuven zijn. Agrariërs maken deze spoelsleuven als ze veel water op hun percelen hebben staan, zodat het water naar de beeksystemen kan stromen. Soms zijn die spoelsleuven zo diep dat de aannemer met het materiaal er niet door kan. Het voorstel is dat we strenger gaan handhaven. Er is één keer een publicatie geweest, maar wij moeten daar op gaan handhaven, want anders benadelen we andere grondgebruikers.
Een ander punt is dat we, doordat we zo extreem veel water hebben gehad en gebieden niet bereikbaar waren, ook ander materieel hebben moeten inzetten, zoals rupsvoertuigen. En ik moet eerlijk zeggen, als we een piek van 20-30 mm hebben, kunnen de grote beeksystemen dat goed aan, maar bij de kleinere beeksystemen zit het probleem. Daar hebben we vaak niet voldoende drooglegging, en die drooglegging is hier afgesproken in het waterbeheerprogramma. Daar wijs ik ook iedere keer de mensen op. Van de 10 keer voldoen we 8 keer aan de drooglegging. En ja, het moet 80 cm zijn voor Otterlaan en 40 cm voor Boland, dus wat dat aangaat, denk ik dat we het nog niet zo slecht doen.
U geeft aan dat we ook eens moeten kijken naar wat we allemaal kunnen doen. Wij waarderen het zeer dat u zegt dat u wilt meedenken over wat wij kunnen doen. We zijn op dit moment aan het kijken naar een nieuw signaleringssysteem waarin de weersvoorspellingen verwerkt zijn in combinatie met de peilen in de beek. Maar ook in relatie met grondwaterstanden. Men is daar nu mee bezig en er komt een dezer dagen nog een gesprek met de drie portefeuillehouders over hoe we dit gaan oppakken.
U haalt ook aan dat het beheer beter moet aansluiten met de TBO's. Dat hebben wij vorig jaar ook afgesproken. Er zijn gesprekken geweest met de TBO's, maar het is toch niet voldoende. Morgenmiddag ga ik naar een plek toe om te kijken of het daar nog wel voldoet aan de afspraken. Wij proberen toch in goed overleg met de TBO's de doorstroming te regelen, maar het is een uitdaging. Wat we ook gaan doen komend jaar is in de probleemgebieden. We hebben veel verzoeken gekregen om stuwen te verlagen, meer te maaien en dergelijke. Dat is altijd goed uitgelegd aan de mensen en we hebben veel begrip getoond. Maar wat we in de herfst gaan doen, is dat we echt die gebieden waar we problemen hadden, samen met de grondgebruikers en onze medewerkers aan tafel gaan om te kijken welke verbeteringen daar nog moeten plaatsvinden. Dus wat dat aangaat, denk ik dat we het toch doen met en voor de omgeving. Voorzitter, tot zover.
Volgens mij is er een vraag gesteld over vismigratieknelpunten. KW ligt landelijk in de belangstelling, maar ik merk in deze vergadering ook dat het steeds vaker op de agenda komt te staan. KW vismigratie is een onderdeel van de KW-opgave in de voorjaarsnota. Meneer Hagen heeft aangegeven dat we nog over acht knelpunten beschikken. Daar staat niet dat ze in de Geleenbeek zitten. Daar staat ook niet dat ze in de Geul zitten, maar dat zijn in totaal nog acht knelpunten. Tekstueel zitten we in de Geul met het probleem van de zwartbekgrondel. We wachten daar op een rapport dat de provincie gaat opleveren over het voorkomen daarvan. Dat zal onze strategie in de Geul ten aanzien van de vismigratie moeten gaan bepalen, overigens ook in overleg met de provincie. Dat heb je nu eenmaal in dat soort opgaven. Er wordt volop aan gewerkt. Ik ben er met vier bezig bij molens op dit moment, zeg ik uit mijn hoofd, en dat gaat op de ene plek snel en op de andere niet. Heeft het AB dan wel de Commissie WZW invloed op die projectplannen? Volgens de Omgevingswet is het CDB het bevoegd gezag om die projectplannen vast te stellen. Dus formeel niet, maar ik vind het prima om u daarover te informeren wat er speelt bij de diverse situaties en hoe we daarmee aan het werk zijn om dat op te lossen. Maar dat is dan ook weer, zoals ik straks al aangaf, informatief. Dank u wel, dan voel ik de behoefte om op twee betooglijnen even zelf te reageren.
De een was vanwege een onderdeel uit mijn portefeuille communicatie met andere crises. Te beginnen bij die laatste vraag, wanneer is iets eigenlijk een crisis? We kunnen ons levendig voorstellen dat agrariërs de afgelopen weken en maanden als een crisis hebben ervaren. Wij doen er als organisatie alles aan wat in onze macht ligt om agrariërs te ondersteunen bij het doorkomen van deze situatie naar een meer reguliere situatie. Een deel van deze verantwoordelijkheid ligt bij de portefeuillehouder mevrouw Van Wersch en een deel bij mijzelf. Het betuigen van empathie en het aanmerken van de situatie als crisis is echter voorbehouden aan de landelijke overheid, dus het ligt helaas niet in onze macht om deze situatie als een crisis te beschouwen en aan te merken. Natuurlijk hebben wij daar uitvoerig en regelmatig overleg over met de Unie. Wat wel in onze macht ligt, is het aanbieden van morele steun en toezeggen dat we regelmatig in overleg blijven over de situatie die ontstaat en wat daarbij nodig is in teelt, plannen en oogsten. Daar zullen we in gezamenlijkheid aan werken.
Een tweede vraag die werd gesteld door de heer was: hoe blijft u in dialoog met de omgeving om ruimtelijke ordening op de agenda te houden? Dat is een voortdurend proces, waarbij we regelmatig, ook in de toekomst, met gemeenteambtenaren, raadsleden en uw steun en betrokkenheid bij dit onderwerp naar voren zullen treden om adviezen te geven. Ook willen we bewust maken dat we allemaal een rol hebben in ruimtelijke inrichting, waarbij wij onze wateradviesrol prominent op de agenda zullen houden en leggen, met uw hulp. Daar komen we in de toekomst op terug. U stelde mij die vraag vorige week, die mij verraste, en daar zullen we handen en voeten aan moeten geven hoe u in uw rol als AB regelmatig water op de agenda krijgt in de buitenwereld, in uw volksvertegenwoordigende rol. Dat was mijn aanvulling. Ik kijk opnieuw naar de vergadering. Wilt u gebruik maken van de tweede termijn?
Zo ja, meneer Hagen. Mevrouw Canem, meneer Lacroix, mevrouw Hilders. Meneer Hagen, begrijp ik het goed uit het antwoord van de heer Jansen dat belangrijke projectplannen, zoals de herinrichting van de Geleenbeek met vismigratieknelpunten die opgelost worden, en ook nog cultureel erfgoed dat opgeofferd wordt, volledig de taak zijn van het DB en dat daar alleen de bevoegdheid ligt? En dat wij als AB, ook al horen wij verontrustende signalen vanuit de achterban, de inwoners en andere belanghebbenden, daar niets meer aan kunnen veranderen? Klopt dat? Dank u wel voor de vragende tweede termijn.
Ja, dank u wel, voorzitter. Mijn zorg sluit eigenlijk aan op de zorg van de heer Hage, en ik heb ook niet het gevoel dat er in de eerste termijn gereflecteerd is op hetgeen ik heb ingebracht. Het gemor in de ons omringende groepen is ook al best wel lang aan de gang. In de vorige periode heeft de Molenstichting Limburg ook ingesproken bij het vaststellen van het waterbeheerplan, en zij voelden zich destijds niet betrokken en niet gekend. In die vergadering is ook het hernieuwen van het molenconvenant aan de orde gekomen. Zonder de groepen rondom ons op een goede en positieve manier te betrekken, krijgen wij ons doel voor water- en bodembeheer denk ik niet voor elkaar. Dank u wel, de heer Lacroix.
Als aanvulling op de gevraagde crisissituatie met betrekking tot de gratie sector zijn er overleggen geweest met de naburige waterschappen. Hoe kijken zij daar tegenaan en hoe gaan zij hiermee om? Is er een DB-besluit over deze vraag en krijgen we daar een formeel antwoord op, ook richting de LTB, met uitleg waarom wel of waarom niet, en welke regels en documenten daaraan ten grondslag liggen? We hadden graag een onderbouwde uitleg over hoe dit tot stand komt en hoe de andere waterschappen om ons heen hierover besluiten. Hoe kijken zij daartegenaan?
Aan de heer Woonervaring toe. Wij begrijpen dat het waterschap veel moeite doet om knelpunten op te lossen en waar nodig actie te ondernemen om wateroverlast te voorkomen. Maar waar het maaibeleid de oorzaak is dat water niet wegstroomt vanwege te veel begroeiing in beken en afwaterende beken, kunnen we ons niet nog een jaar permitteren. Dit is eigenlijk de oproep van ons als agrariërs. Wij betalen extra heffing op onze grond. In het jaarverslag is te zien dat dit om miljoenen guldens gaat in Limburg, en nu om miljoenen euro's. Voor ondernemers die te maken hebben met overstromingen of natte percelen waar ze hun aardappelen of andere gewassen niet kunnen rooien, is dit heel frustrerend als de oorzaak het niet voldoen van het maaibeleid is.
Dus de oproep die wij doen is eigenlijk richting het Bureau Loting om hier voorstellen voor te doen, zodat wij in de begroting en in de toekomst kunnen waarnemen dat er op deze onderdelen actie wordt gezet en uitvoering wordt gegeven aan de moties die we hebben ingediend. We willen voorkomen dat we in het najaar en voorjaar in situaties terechtkomen waar het waterschap nalatig is geweest of steken heeft laten vallen. Dit kunnen we ons niet meer veroorloven en we willen ook niet de oorzaak zijn. Dus nogmaals de oproep om maximaal in te zetten.
Ondersteun het belang van onderhoud voor de agrarische sector. Het is natuurlijk zo dat als je de woningbouw op een prioriteit van 25 zet in deze provincie, de agrarische sector daar waarschijnlijk nog wel een stukje lager zal eindigen. Dus ook zij hebben last van de te lage normen. Ja, dus ja, ik wilde dat even zeggen. Verder wil ik vast aankondigen dat ik tegen de begroting en de volwassen grappen zal stemmen. Dan is dat vast tegen de begroting, dan bent u wel heel vroeg. Oh, dat kan ik ook wel voorspellen eigenlijk. Maar u bedoelt tegen de voorjaarsrapportage. Maar ik bedoel het jaarverslag en de voorjaarsrapportage, ja.
Meneer Aqua, u praat nu over nalatigheid. Ik kan in ieder geval zeggen dat er absoluut geen sprake is geweest van nalatigheid. Als er een oorzaak is, heb ik die zojuist ook benoemd. We kunnen niet overal tegelijk zijn. We moeten 3000 km maaien. Daar hebben we een Maikel Lander voor, en die Maikel Lander is ook richtinggevend. We doen ons stinkende best om het zo goed mogelijk uit te voeren. Over uw betoog kan ik maar één ding zeggen: de boodschap is helder en we proberen met onze medewerkers invulling te geven aan de gedachte dat we de ondernemers in het najaar wel kunnen laten oogsten. Dat is in elk geval onze insteek. Dank u wel, meneer Jansen.
Ja meneer Hage, ik moet u helaas teleurstellen. Binnen de Omgevingswet is die bevoegdheid bij het DB gelegd. Daarvoor lag deze bevoegdheid ook al bij het DB, maar dat was op basis van een delegatie- en mandaatregeling die in 2017 hier is afgesproken. U stelt in de begroting de kaders en geeft opdracht om zoveel kilometer beekherstel uit te voeren. De inrichtingsplannen en de procedures daaromheen liggen daarna bij het DB. En dat kan ik ook niet veranderen. Wat ik wel kan veranderen, is dat u informatie krijgt over welke projecten het gaat, welke keuzes daarin zijn gemaakt en waarom we die keuzes hebben gemaakt. Die informatie kan ik u met plezier verschaffen.
Ik neem overigens afstand van uw opmerking dat wij bij de Geleenbeek erfgoed aan het opofferen zijn. Als u dat zegt, dan heeft u niet de juiste informatie.
Naar mevrouw Kanen: de pijn van de Molenstichting bij het vaststellen van het WP zat ergens anders. Zij waren in eerste instantie niet betrokken bij het opstellen van het conceptstuk. Het ging niet over de inhoud, maar over de procedure op dat moment. Intussen is er regulier overleg met de Molenstichting. Met regulier bedoel ik het periodieke overleg waarbij we elkaar treffen en de zaken bespreken die relevant zijn waar het gaat over de algemene molenzaken. Dus wij praten niet met de Molenstichting over een specifieke molen aan de Geleenbeek of aan de Geul of wat dan ook. Dat is een verhaal met de eigenaar. Het gaat daar over algemene molenzaken.
En het verhaal van het molenconvenant: inderdaad, in het verleden, voor 2019, was er een molenconvenant. Het waterschap is daar later bij aangesloten, maar dat heeft onvoldoende vervolg gekregen. We zijn nu bezig om dat op te pakken, samen met de heer Breugelmans, want het heeft natuurlijk met water te maken. De molens liggen eigenlijk allemaal langs waterwegen. En die natuurgebieden raken dus mijn portefeuille en die van de heer Breugelmans. We zijn bezig om te kijken hoe we dat invulling kunnen geven.
Dat is fijn om te horen en laten we er iets positiefs van maken.
Tip: Ik moet alleen nog een antwoord geven op de vraag van de heer Lacroix. U krijgt formeel een antwoord. Ik had gehoopt dat het eigenlijk voor het weekend bij u in de brievenbus zou liggen, of in ieder geval digitaal in de brievenbus, maar klaarblijkelijk is er een klein kinkje in de kabel. Ik weet niet waar, maar als het goed is, heeft u net in uw mailbox het antwoord op uw vraag van de Commissie die u heeft gesteld aan de heer Wolfhaag ontvangen. Ik kan nu zeggen dat het bij u ligt en als u naar aanleiding daarvan vragen heeft, hoor ik dat graag. Dan kijk ik naar de vergadering en mijn vraag is: kunt u de jaarrekening 2023 van Waterschap Limburg en de Voorjaarsrapportage 2024 van Waterschap Limburg accorderen? Behalve mevrouw Hilders, ik kijk naar de vergadering. Akkoord, dank.